Zonnige blik

Na een regenachtige dag en heel veel klagende paraplu’s, denk ik met weemoed terug aan de vakantie in Bretagne. Daar schijnt namelijk altijd de zon. En weet je hoe dat komt? Omdat zon en zee garant staan voor ‘zomervakantie’. Aangezien Bretagne niet echt bekend staat om de hitte, doe je dus gewoon of het warm is. Elke dag een korte broek aan. En altijd naar de zee. Weer of geen weer. Zodra het vloed wordt, liggen alle Bretonse vakantiegangers op het strand. Dat is twee keer per dag, als het tij meezit!

Iedereen gaat, hoe dan ook, zwemmen want de zee is altijd warmer dan ie eruit ziet. En eenmaal in de zee, weet je het zeker: dit is vakantie. Iedereen straalt De hele dag door. Dus regen kennen ze hier niet. Paraplu’s zijn uit den boze!

Moeten we in Nederland misschien ook eens proberen. De regen negeren en overal de zon in zien.

Ik verheug me op de herfst!

IJsmeisje 3

Ineens weet ik waar mijn koudwaterliefde vandaan komt. Ik loop langs de Bretonse kust en word vanzelf warm van binnen. Ik MOET de zee in. Niets kan me tegenhouden. In mijn ijsblauwe bikini en met mijn dito gekleurde nagels ren ik de branding in. Geen vuurdoop maar een vertrouwde warme deken. Zo voelt het zoute water. In Bretagne heb je geen keus. Als je echt het ultieme vakantiegevoel wilt hebben dan accepteer je de kou zodat ie warm wordt. In feite zet je de nul graden grens gewoon omlaag.  Bij zestien graden is iedereen hier in opperbeste vakantiestemming. En actief! Want stilzitten bij zestien graden is niks.

Dus iedereen die zich ooit afvraagt waarom ik zoveel ren en zo van ijs houd, die heeft nu het antwoord. Ik ben van oorsprong een Bretons IJsmeisje.

Jongensmeisje

Ja ik was dus zo’n jongensmeisje. Zat op judo, klom in bomen en liet mijn haar door de moeder van een vriendinnetje zo kort knippen dat iedereen dacht dat ik een jongetje was. Kon ik lekker jongensdingen doen zonder uit te leggen waarom ik niet met poppen speelde.

Uiteindelijk werd ik weer een meisjesmeisje. Maar dan wel een beetje stoer. Dat was toen doodnormaal. Volgens mij is dat nog steeds zo.

Mijn oudste weigerde steevast jurkjes te dragen. Mijn middelste is sowieso een rauwdouwer. En mijn jongste werd geboren als roze prinses. En nu is het weer precies andersom.

Maar sinds vandaag is er een reclamecampagne waarin ouders gevraagd wordt of ze hun jongens wel de ruimte geven om jongen te zijn. Nou ik wil niet veel zeggen maar meisjes hebben pas echt veel ruimte nodig. Voor hun kleren, make-up en vooral voor al hun bijzondere gedachten en ideeën. En jongens hebben vooral ruimte nodig voor zichzelf en voor hun brommers. En om te ravotten. Leuk woord trouwens.

Mijn idee: geef alle kinderen de ruimte en de vrijheid om zich uit te leven. Want of je nu een jongensmeisje of een meisjesjongen bent, of geen van beide: ruimte creëer je zelf!

Dreiging met een zachte G

Afgelopen vrijdag stond ik eindelijk in het Philips-stadion mee te zingen met de nummers van mijn favoriete Brabantse zanger Guus. En taalgevoelig als ik ben, zat ook mijn zachte G er zo weer in. Heerlijk Brabant. Even wil ik weer terug. En dan komt de helikopter. Deel van de show? Of toch voor de veiligheid?

Na afloop zie ik de ongeruste appjes van mijn moeder. Terreurdreiging bij het concert. Ik kan het niet geloven. En Guus zong gewoon door. Wat Geweldig. Ik heb niks gemerkt. Er was weliswaar geen vuurwerk maar dat was ook niet nodig voor dit knalconcert. Guus wat geweldig dat je zo rustig bleef en het feest voor ons nog even door liet gaan. Ik denk dat we dat altijd moeten doen. Gewoon doorgaan en niets laten. Geef mij je angst, ik geef je er hoop voor terug.

Lagere versnelling graag!

De stroperige bureaucratie binnen grote bedrijven zal wel meevallen dacht ik. Anders komen ze nooit vooruit. En zeker in E-commerce teams moet de snelheid er toch in zitten.

Helaas! Mijn energie en snelheid zijn totaal ongepast in het team waarin ik ben beland. Ik verheugde me op strakke deadlines en megaprojecten. Maar nee, of ik alsjeblieft even terug wil schakelen. Ik probeer het. Maar na zes keer  val ik om. Ik ga te langzaam. Zo komen we toch niet vooruit jongens.

Ik stap af. Zet mijn fiets aan de kant en klim over een hek. Niemand die me volgt. Ik voer het tempo weer op. Heerlijk! Na een tijdje kom ik een groepje tegen. Ze lopen ongeveer net zo hard als ik. Of ik mee wil lopen. Graag zeg ik. Wel die kant op graag. Anders ben ik weer terug bij af!

Vliegangst

Als je bang bent, geniet je niet van het leven. En als je niet geniet van het leven, leef je eigenlijk niet echt. En als je niet echt leeft, ben je eigenlijk een beetje dood. Terwijl je daar juist zo bang voor bent. Angst is dus vrij zinloos.

Daarom stap ik zometeen gewoon het vliegtuig in. Want vliegen symboliseert vrijheid. En als we iets moeten koesteren, is dat wel vrijheid. Zeker vandaag!

Freubelen

Laatst zei een opdrachtgever voor wie ik een nieuwsbrief had geschreven dat hij de boel zelf wel in elkaar ging freubelen. Ik schoot in de lach. Freubelen uit de mond van een managing partner in pak, klinkt heel bizar. Dat is zoiets als een bouwvakker die zegt dat ie na zijn werk een vestje gaat haken voor zijn dochter.

Freubelen is iets voor zoetsappige, roze meisjes die op een mooie zomerdag liever binnen blijven. Hoe vaker ik het woord opschrijf, hoe meer ik er de kriebels van krijg. Krabbelen is trouwens ook zo’n woord. Geeft me hetzelfde gevoel. Je krabbelt als je drie kilometer naar een supermarkt verderop fietst omdat daar de hamburgers 10 cent goedkoper zijn. Of als je 20 mensen een tikkie stuurt van 20 cent.

Maar alle kleine beetjes helpen. Dus ik laat iedereen lekker freubelen en krabbelen. Ga ik zelf wel wat constructiefs doen. Een huis verbouwen ofzo.

Fijn weekend!

Een lichtjaar erbij

Op de verjaardag van mijn broer bel ik mijn moeder om haar te feliciteren met 50 jaar moederschap. Ik hoor dat ze haar wenkbrauwen fronst als ze zegt: ‘hoe kom je daar nou bij, Maarten is uit ’68 dus die wordt pas 50 in 2018’.

En dan valt het kwartje bij mij. Ik ben natuurlijk pas 45. En dat terwijl ik al een jaar denk dat  ik 46 ben. Heb dus ineens een jaar over. Daar kan geen jackpot tegenop. Een jaar extra.

En dat omdat ik ergens afgelopen jaar, onbewust een jaartje erbij heb gerekend. Het is eigenlijk net als je klok en wekker vooruitzetten zodat je stiekem langer kunt blijven liggen. Doe ik al sinds mijn negende. Tot grote irritatie van mijn huisgenoten, die steevast te vroeg opstonden hierdoor.

Maar een jaar extra. Wat een heerlijke meevaller. Ik kan me geen beter verjaardagscadeau wensen! 365 dagen om nog meer leuke dingen te doen en zoveel mogelijk te vieren.

Lekker trouwens dat de klok dit weekend ook nog vooruit gaat. Kost een uur maar geeft veel licht. En wat is nou 1 uur op 365 dagen!

Mijn stem telt! Maar wie telt er eigenlijk?

Best een interessante vraag zo op de verkiezingsdag . Vanochtend stiefel ik weer naar de dorpsschool, gewapend met stempas en paspoort. Een handjevol vriendelijke vrijwilligers heet me welkom. Ze zitten aan een stoffige tafel en eten chocoladekoeken. Zij zijn verantwoordelijk voor de stemming in deze buurt.

Met een serieuze toon verzoeken ze me vriendelijk doch dwingend om mijn paspoort te mogen inzien. Ik weet dat ik er echt super betrouwbaar uitzie en dat ik juist daarom altijd en overal gecontroleerd word. Ik ben zeg maar iemand met wie ze graag een statement maken. Als ik gecontroleerd word, moet iedereen op zijn hoede zijn. En iedereen met malafide bedoelingen kan dus maar beter rechtsomkeert maken.

Na de controle hebben ze kort overleg en besluiten ze unaniem dat ik gewoon mag stemmen. Ik begeef me in het hokje en laat mijn dochter een willekeurig vakje van een specifieke kolom roodkleuren. Ze kiest iemand met dezelfde voorletters. Logisch!

En dan komt de hamvraag. Middenin het stemlokaal vraagt ze: ‘gaan jullie de stemmen tellen?’ De neutrale blikken worden wakker! Ze vegen de kruimels van tafel! ‘Jazeker, wij gaan straks tellen.’

Lekker dan. Niet dat ik zou willen tellen hoor! Nee dat is echt het laatste waar je mij voor moet vragen. Ik ben van de letters en niet van de cijfers!

Op naar de uitslag!

Kappersperikelen

Mijn meest relaxte uitje is steevast ‘de kapper’. Mijn kapper kent mij al 26 jaar. Dat is best heel lang. En Brenda en Hendrik – zo heten ze bij de kapper- weten inmiddels alles van mij. Mijn eerste gala, mijn serieuze en minder serieuze relaties, al mijn vakanties, mijn schaafwond toen ik na een feestje van de fiets was gevallen, wie mijn vriendinnen zijn en inmiddels kennen ze zelfs mijn gezin.

Gelukkig heeft elke kapper dezelfde gouden regel: ‘what you tell the kapper, stays at the kapper!’

Logisch dat je van alles opbiecht als je jezelf twee uur lang aankijkt. In een te grote, lichte spiegel. Met eerst een handdoek op je hoofd en spelden die je natte haren nog platter op je hoofd plakken. En als je ooit dacht dat je er best OK uitziet, dan weet je op het kappersmoment dat dat echt lariekoek is. En dat je gewoon oud bent, met rimpels!

Gelukkig snapt mijn kapper echt alles. Ze bevestigt mijn knelpunten, draagt oplossingen aan en ze geeft me zelfs het gevoel dat ik heel goed bezig ben. En  terwijl ze relaxed knipt en kletst, begint ze uiteindelijk met de opknapbeurt: het föhnen.

Wat een topformule. Kappers zijn eigenlijk coach en schoonheidsspecialist in één. En ze hebben overal een gefundeerde mening over! Heerlijk. Megahappy verlaat ik de zaak. En ik beloof om echt wat vaker te komen.