Auteursarchief: TrueLies

Spinnenpretje 1

Op vakantie zijn spinnen. Dat is een feit. En al helemaal als je een weekje met je dochters gaat bivakkeren in een ruïne. Nu zet ik je misschien op het verkeerde been door het woord ruïne. In ons geval was het echt een schattig, knus huisje in een bergwand aan een prachtige rivier ergens in Zuid-Frankrijk. Een heerlijk verblijf voor mensen en… spinnen. En spinnen vinden wij nu eenmaal geen pretje.

Ik ben namelijk geboren en getogen in een oude pastorie in het dorpje Made. Zo’n oude pastorie heeft oude plinten en kelders. Logisch dat daar afschrikwekkende spinnen in huisden. ‘Die spinnen zijn bang voor mensen,’ zo zei mijn vader. Toch lukte het die spinnen om mij keer op keer een kleine hartverzakking te bezorgen door bijvoorbeeld op de muur in de wc te gaan zitten. Precies daar waar ik ze in de spiegel kon zien. Om daarna te beseffen dat ze dus vlak boven mijn hoofd zaten. En even tussen ons: dat waren echt geen kleintjes, geen hooiwagens. Dat waren serieuze dikke, vette, zwarte spinnen. Formaat vogelspin. Dus vergeet het woord ‘spinnetjes’ en denk aan angstaanjagende harige geleedpotige monsters die je echt niet wilt tegenkomen.

Kriebels kreeg ik ervan. Bij het idee alleen al dat zo’n monster op elk moment op elke denkbare plek kon opdoemen. In een stapeltje was, op de hondenmat, of zomaar ineens uit een ooghoek zag ik ‘m voorbijrennen. 

En deze spinnenfobie heb ik helaas aan mijn dochter doorgegeven. Alleen maakt zij van jongs af aan geen onderscheid tussen de bijna microscopisch minuscule spinnetjes en mijn vogelspinachtige joekels. Elke gil of schreeuw is dan ook in de overtreffende trap hartverscheurend en angstaanjagend tegelijk. Dus ren ik keer op keer, laconiek met drie treden tegelijk de trap op. Waar zit het zespotige schatje deze keer? Tot ik naar boven kijk en een reuzemonster ontwaar. Ik verman mezelf en koelbloedig gooi ik de spin met een handdoek naar beneden om ‘m met één grote ferme stap te vermorzelen. 

Als held word ik toegejuicht en heel even vindt mijn dochter dat ik echt een fantastische moeder ben. Heel even dan.

Extra weerbaar door Corona?

Drie maanden Corona-tijd. Hoe staan we ervoor? Heeft het ons extra weerbaar gemaakt? En kunnen we wel omgaan met een ‘nieuw normaal’? Of zijn we stiekem toch blijven hangen in onze oude routine en regelmaat?

Toen de intelligente lockdown werd aangekondigd, moest ik ook even terugschakelen. Terug naar een acceptabel tempo waarin ik gestaag vooruit bleef gaan, of misschien zelfs bijna stilstond. Lastig vond ik het. Als je eenmaal gewend bent aan een bepaalde snelheid, lijkt elk ander tempo je uit balans te halen. Vergelijk het met fietsen. Als je te langzaam gaat, val je om. En omvallen is echt het laatste wat we willen in deze Coronatijd. 

Ik zoek dus naar een nieuwe modus en stuit op Darwins uitspraak dat niet de sterksten en de slimsten crises overleven maar juist diegenen die zich het best kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Dat klinkt als een plausibele oplossing voor deze Coronatijd. Waar ik aan het begin nog de mazen in het net opzocht om vooral toch alles te blijven doen zoals ik gepland had, besluit ik om mee te bewegen. En ben ik benieuwd of ik inderdaad in staat ben om me aan te passen.

Kan ik accepteren dat ik even geen strakke deadlines heb en geen vastomlijnde opdrachten? Lukt het me om niet te lang stilstaan bij wat er niet kan, maar te kijken wat er wel kan. Kan ik zelf nieuwe kansen creëren? Ook als die me in eerste instantie niets opleveren. 

Natuurlijk kan ik dat, denk ik. Ik houd niet eens van routine. En dan kom ik er langzaamaan achter dat ook ik boordevol routines zit, die ik stiekem toch wel mis of zelfs nodig heb om productief te blijven. Waarom zou ik vandaag heel hard werken als ik dat ook morgen kan doen. En voor ik het weet is er een maand voorbij en heb ik zelfs de makkelijkste to-do’s niet van mijn lijstje af kunnen strepen.

Gelukkig heb ik alle tijd om te sporten. Maar ook dat valt onder mijn routine-activiteiten. Als ik mee wil veranderen, zal ik mijn dagelijkse routines en doelen moeten bijstellen. Zo besluit ik dat mijn regelmatige duurloopsessies te doorbreken met intervaltrainingen. Niet omdat ik dat leuk vind maar om uit mijn comfortzone te stappen. En straks na corona een snellere marathontijd te kunnen neerzetten dan ervoor. 

Zolang je in beweging blijft, kom je vooruit. En zolang je vooruit blijft gaan, komen er nieuwe kansen op je pad. Dat gebeurt gewoon. Daar hoef je niets voor te doen, je moet er alleen voor openstaan. Anders zie je ze niet. 

Ode aan de surfers

Soms zijn er dagen dat dingen anders lopen dan gepland. En vandaag is zo’n dag. Ik sta op het punt om een column te plaatsen over de inzichten die ik heb gekregen dankzij mijn TrueLies boek. En dan lees ik in een nieuwsbericht dat er inmiddels vijf jonge surfers in Scheveningen zijn omgekomen. Bizar, onwerkelijk en intens verdrietig, vooral voor al hun dierbaren. Ik kende ze niet, maar het raakt me diep.

Ik kan het me zo goed voorstellen dat de wind aantrekt en dat ze thuis geroepen hebben: ‘Ik moet nog even de zee op. Het is zo’n topweer’. En dan loopt alles anders. Het schuim is dikker dan anders, de windvlagen zijn harder en een onverwachte golf maakt een bruusk eind aan een avond op zee die ongetwijfeld zo mooi begon. 

Ik zie talloze hartverwarmende reacties op Social Media. Maar daartussen verschijnen kritische en meedogenloze opmerkingen.  Ongelofelijk. Hoe kun je op zo’n moment kritisch zijn. Je hebt geen idee. En laten we wel wezen: surfers, kiters en tal van andere sporters zijn juist de sterke, krachtige persoonlijkheden die vaak het verschil maken. Die zichzelf voortdurend uitdagen en die de elementen trotseren. Met respect. Want deze surfers waren zelfs Lifeguards. Ongetwijfeld hebben ze regelmatig levens weten te redden met gevaar voor eigen leven.

Dus laten we vandaag stilstaan bij deze stoere, ondernemende levensgenieters die niet op de bank bleven zitten maar er juist op uit trokken. Dat zouden meer mensen moeten doen. Kom in actie, daag jezelf uit en probeer het verschil te maken. Ook nu. Ode aan de surfers. 

Pippi Langkous wijsheid

Precies een jaar geleden kwam mijn TrueLies Columnbundel uit. ‘Columns waar je blij van wordt’ zo heb ik ze omschreven. En elke dag ben ik nog blij dat ik dit boekje heb uitgebracht. De weg ernaar toe heeft me drie inzichten gegeven die mij, maar misschien ook anderen, op weg helpen. .

1. Stel jezelf harde deadlines
2. Creëer je eigen branding
3. Pippi Langkous: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.

Om maar met de eerste te beginnen. Als je jezelf geen harde deadlines stelt, lever je meestal ook niets op. Dus heb ik eerst de datum van mijn boekpresentatie vastgelegd en ben ik daarna heel hard gaan rennen om alles af te krijgen. En met mij, iedereen die ik hiervoor nodig had.

Het tweede inzicht is dat je zelf bepaalt hoe anderen jou zien. Je creëert in feite je eigen branding. Mensen verbinden aan bepaalde titels of functies bepaalde eigenschappen. Dus kun je beter een titel nemen die bij je past dan een nastreeft die allesomvattend is, en dus niets zegt. Ik zal dat nog even uitleggen. Door mezelf als copywriter voor te stellen, was ik in één klap creatief, een taalwonder, woordkunstenaar, schrijfster, noem maar op. Terwijl ik als doctorandus Culturele Studies geen enkele treffende of passende eigenschap kreeg toegedicht.

En ja, ik ben trotser op mijn columnbundel dan ik ooit op enig werkstuk of scriptie ben geweest. Sinds ik mijn schrijfpassie heb gevonden, weet ik dat ik doe waar ik goed in ben en ik vind het nog leuk ook.

Mijn derde leerpunt of beter leidraad is de legendarische uitspraak van Pippi Langkous ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’.  ‘Ik heb nog nooit een roman geschreven, dus ik denk dat ik het wel kan’.

Wordt vervolgd. 

IJsmeisjes – 3

Nu de lente haar beste beentje voorzet, is het zaak om hier optimaal van te genieten. Dus staan we drie keer per week vroeg op, heel vroeg. Althans voor mijn begrippen dan. Ik ben een langslaper en een nachtmens. Hoe later, hoe creatiever. Misschien heb ik mezelf dat ooit wijsgemaakt maar het is diep doorgedrongen in mijn dagelijkse routine.

Ik zet de wekker dus om 7.00 uur en stap op de fiets. Om een half uur later op anderhalve meter afstand, met mijn ijsmaatjes, het ijskoude water van de adembenemende Spiegelplas te trotseren. Niemand in de buurt. De ultieme kou steekt het vuur vanbinnen aan. Zodat we tien minuten later tintelend weer op de fiets stappen. Het voelt als een wake-up boost. Een energiekick die ons de rest van de dag laat zweven.

De ogenschijnlijk tegenstrijdige paradox van ijskoud water om warm te worden, blijft bijzonder. Kou is een kwestie van mindset. Het is zo koud als jij denkt dat het is. Weerstand bij het idee alleen al, kun je negeren. En zeker in deze bizarre, ogenschijnlijk onwerkelijke tijd, is het best fijn om op anderhalve meter afstand toch af en toe je mind even te trainen. Zodat kou het nieuwe warm wordt. En vroeg het nieuwe normaal voor nachtmensen zoals ik. 

True Lies.png

Corona-diploma

Daar zit je dan met je Corona-Diploma, gewoon zomaar gekregen. Zeg maar de gratis variant van Blankestijn en Luzac. Dit is toch even anders dan we bedacht hadden. Tot maandag nog strak in de studieschema’s op weg naar het Centraal Eindexamen. En nu hangen er ineens twee vlaggen en twee tassen met op de achtergrond twee ietwat beduusde meisjes .

De champagne gaat open en de felicitaties stromen binnen via Insta en Facebook. Maar wel allemaal met de kanttekening bizar, raar, vreemd, ongelofelijk. De euforie maakt plaats voor ongeloof en dan komt de reflectie: ‘het is en blijft een beetje een nep-diploma, toch?’ 

Nee niet mee eens. Dat Centraal Schriftelijk is eigenlijk net als de Citotoets gewoon een formaliteit. En in onze tijd, gold de regel 5,5 gemiddeld nog niet. Dus als je de regels van nu toepast op mijn examen toen dan was ik zeker gezakt. Maar gelukkig heb ik het gehaald en daar ben ik nog steeds blij mee.

Iedereen die geslaagd is, heeft dat dubbel en dwars verdiend. Start de virtuele feestjes maar en zorg ondertussen dat die curve plat blijft. Dan is dat diploma goud waard.

Marathonfit

Afgelast. Cancellata che marathon di Roma. Corona heeft bruusk roet in het Italiaanse eten gegooid. In het mijne, maar vooral in dat van de organisatoren, horeca, musea, opera’s en alle anderen die hieronder lijden. En het enige positieve dat ik nu kan bedenken is dat ik megafit ben en lachend volgende week een marathon kan lopen. 

Mijn outfit lag al klaar, hardloopschoenen gepoetst en de gelletjes op smaak gerangschikt. De appeltaart is mijn favoriet, althans bij aanvang. Begin van de middag ga ik over op iets hartigs dat ook naar suiker smaakt. En tegen de dertig kilometer neem ik een lemon-shotje. Eigenlijk zijn ze allemaal even smerig maar denk ik dat ik ze nodig heb. Of dat nu marketing of waarheid is, weet ik niet. In elk geval loop ik er prima op. 

‘VRIENDINNETJES PROBEREN ME OP TE BEUREN DOOR TE ZEGGEN DAT IK TOCH OOK 14 RONDJES VESTING KAN LOPEN’

Maar het gaat niet door dus. En ook die van Rotterdam niet. Dat was onze uitvlucht als Rome echt niet doorging. Vriendinnetjes proberen me op te beuren door te zeggen dat ik toch ook 14 rondjes Vesting kan lopen. En dat zij dan wel een medaille zullen regelen, en een tentje bouwen met water en banaan. Natuurlijk juichen ze elke ronde op hun hardst. Misschien lopen ze wel om de beurt een stukje mee.

Nee, dat ga ik natuurlijk niet doen. Gelukkig is hardlopen in elk geval coronaveilig. Zolang je het in je eentje doet dan. Bof ik even dat ik honden heb die graag mee rennen.

En die marathon… die komt wel weer. Rome, Rotterdam, Barcelona, Parijs en alle andere marathons, hou vol!

Blijf communiceren en blijf bewegen

Deze leus popte zomaar op sinds ook ik in de eerste Corona-week bruusk tot stilstand ben gekomen. Stilstand in denken en doen. Je zou kunnen zeggen dat mijn voorwaartse drive een beetje in de war is. Of misschien moet ik zeggen ontregeld.

Op zich helemaal niet erg om even ‘ontregeld’ te zijn en de boel te resetten. Maar blijkbaar zijn we toch zo geprogrammeerd dat we vooruit willen kijken en ideeën willen realiseren. En dat realiseren is op dit moment een beetje lastig. Althans, voor de meesten.

Vorige week nog dacht ik dat ik misschien wel kon gaan skiën. En als de marathon in Rome komend weekend niet doorging dat ik dan toch zou gaan. Nu kan ik me niet eens meer voorstellen dat ik dat toen durfde te denken. Het gaat om NU en om straks. En alles waar we ons altijd op verheugden, is helemaal niet relevant. Kinderen willen niet op vakantie maar naar school. We snakken naar kantoor. Ik verheug me zelfs op de smerige automaatkoffie en de flexplekken onder de systeemplafonds. Alle luxe in de ban en hup aan de slag. Iedereen.

Daarom weet ik zeker dat deze bizarre tijd ons ook veel gaat brengen. Dat we anders gaan denken en dat we ons eindelijk realiseren in wat voor achtbaan we onbewust zijn gestapt. Een achtbaan zonder gordels en zonder einde, omhoog naar een onbekende top die helemaal geen echte top blijkt te zijn. Een top die een wassen neus is. We zitten in een dal met hindernissen die we nu eerst moeten overbruggen voordat er überhaupt ooit weer een minidraaimolen in beweging gaat komen.

Bewegen moeten we want stilstaan brengt ons geen stap verder. Blijf bewegen, houd anderen in beweging. Mentaal en fysiek. En wees creatief. Je kunt ook fysiek bewegen op 1 vierkante meter en mentaal door gedachten te delen en door te luisteren. En dat luisteren brengt ons verder. Probeer maar eens virtueel te vergaderen, zonder goed naar elkaar te luisteren. Kansloos.

Zet ‘m op allemaal. We kunnen het!

Coronavrij Hamsteren

In mijn coronavrije auto snel ik nog even naar de AH. Hamsteren is het advies. Ik begin maar met drie grote zakken aardappelen. Als we toch niet naar buiten mogen straks, kunnen we prima met zijn allen aardappelen gaan schillen. Leren mijn meisjes dat ook nog voor ze uit huis gaan. 

Al hamsterend kijk ik mijn ogen uit tussen de lege schappen. Een AH-meisje deelt mondkapjes uit en sprayt dettol op alle lege schappen. Iedereen rent gejaagd met twee karren door de paden. Een hamsterdame heeft haar kar tot de nok gevuld met blikvoer. Een ander laadt tubes tandpasta en wasmiddelen in. Weer een ander claimt alle koffiebonen. Verward loop ik door. Ik kom niet verder dan wat kiwi’s en vers fruit. Blijft de weerstand lekker hoog van.

Plots niest er iemand in de rij. Als door wespen gestoken, stuift iedereen uit elkaar. Met ingehouden adem laat ik mijn volle kar staan en ren naar buiten. Frisse coronavrije lucht heb ik nodig. Ik adem diep in. Heerlijk. Twee weken op lucht leven moet lukken toch. 

Cruise Control?

‘Zullen we een keer een cruise maken’ smeekten mijn dochters afgelopen herfst. Dat is echt mega chill. Op zich best handig om dat zo bij mij neer te leggen want mijn vakantiewensen zijn heel eenvoudig: zee, zeilen, zon. Precies in die volgorde. Dus een cruise komt dan aardig in de buurt. Toch kreeg ik bij het idee alleen al spontane rillingen op mijn rug. En dat terwijl ik het zelden koud heb. 

Misschien heeft het boek Grand Hotel Europa me nog een extra antizetje gegeven. Hier worden de toeristen al behoorlijk beroerd afgeschilderd. Laat staan die belachelijke cruises waarbij duizenden mensen tegelijk een haven binnenstormen om binnen drie uur alle highlights af te vinken van hun to-do-lijstje. Nee, mij niet gezien op zo’n boot. Bovendien kun je zelf niet kiezen wanneer je er wel of niet af kunt. 

Mijn dochters waren niet onder de indruk en vervolgden hun relaas met alle voordelen van de beoogde zeetrip: zwembaden, eindeloos zonnen, winkelen in mijn favoriete winkels, elke avond de lekkerste salades eten. En als klap op de vuurpijl zouden we elke avond gaan dansen op live muziek. Wat een vooruitzicht!

We hebben niet geboekt. Gewoon omdat we toch graag zelf bepalen waar we heen gaan en liefst ook met wie. Cruise Control is het enige wat in me opkomt. Cruiseschepen zijn deze dagen allesbehalve in controle. En daar kunnen ze niets aan doen. Dus cruisen wij even lekker door op de ski’s deze week. En als we harder willen of eerder willen stoppen, dan doen we dat.