Categoriearchief: True Lies

Puppytraining

Daar staan we dan om 9.00 uur ’s ochtends in de stromende regen met onze kersverse puppy’s. Ietwat onwennig schudden we elkaar de hand en vertellen we hoeveel weken ze zijn en welk merk. Dat schijnt belangrijk te zijn. 

Wat me opvalt is dat alle puppy’s op hun baasje lijken. Het kokette dametje op laarsjes heeft een wit keurig gekortwiekt hondje. De meneer met de pluizige bos haar heeft een onbekend merk pluishond lookalike. En de grote ietwat slungelige man staat wat onhandig naast zijn BernerSenner.  Dan hebben we nog de familie Flodder met mega-flodderige labradoedel. Ten slotte de blonde dame op haar witte Uggs met een witte Golden Retriever. Hilarisch. En ik, ik heb de kleinste pup van allemaal. Een bruinwit jacht-achtig hondje met veel te veel energie.

Zo baasje zo hond dus. 

Dan het belangrijkste ingrediënt van de training: de puppy juf. Een pittige doorgewinterde dame van een jaar of 60. In de wandelgangen ook wel ‘De Bouvier’ genoemd. Ze had zelf ooit 11 strak opgevoede bouviers . Zij weet dus echt hoe je honden temt. Klare taal en consequent zijn, dat is de kunst. Dat vindt juf zelf prettig en alle honden trouwens ook. ‘Honden opvoeden gaat niet vanzelf’, verzekert ze ons!

Met haar stalen blik, bulderende stem en ferme gebaren, maant ze alle honden en baasjes tot stilte. Als je duidelijk bent, dan hebben ze respect voor je. Net als kinderen. Ik voel me net een puber die hoopt dat ze geen beurt krijgt in de klas. ‘Lies’ buldert de juf. ‘Niet kletsen.’

Poeh hee. Waar ik hoopte dat ik na les twee met een gehoorzame hond naar huis zou gaan, weet ik dat dit een hele kluif wordt. En een laatste tip van juf: ‘eerst honden opvoeden, dan kinderen’. Als ik dat geweten had…

Bingewatching

Zondagavond was steevast mijn favoriete televisieavond in de jaren negentig. Net afgestudeerd, mijn eerste baan en lang leve de vrijheid en de dromen. Die dromen werden elke zondag concreter dankzij drie onvergetelijke series.

Eerst Beverly Hills 90201 waar ik geen genoeg van kon krijgen. Die ongelofelijk knappe Dylan en de tweeling Brenda en Brandon. Als ik daar toch eens naartoe kon. En precies nu ik dit geschreven heb, lees ik dat Dylan is overleden. Dromen moeten we dus realiseren anders vervliegen ze.

Daarna kwam Melrose Place. Hoe geweldig zou het zijn om met zijn allen dicht bij elkaar te wonen en eigenlijk alles samen te delen. En alle liefdesellende die voorbijkwam werd ruimschoots gecompenseerd door nieuw geluk. Dus ik bleef kijken.

Het televisiefestijn eindigde met Friends. De hilarische comedy met o zo gênante en herkenbare, knuffelbare belevenissen van zes samenwonende vrienden en vriendinnen in New York. Allemaal even bijzonder. En wat wilden we graag bij ze in huis wonen.

Dat was toen. Nu kijken ze alles wanneer ze maar willen. En dat terugkijken is misschien handig maar samen kijken op hetzelfde moment is toch veel leuker? Nee dus. Mijn dochters zijn inmiddels grotere Friends fans dan ik ooit was. Alleen hebben zij alle afleveringen van zo’n 8 jaar, in twee maanden op hun iPhone bekeken. Binge Watching heet dat. Dagelijks veelvuldig en langdurig series kijken op je IPhone. Het is helemaal hot en ik had er nog nooit van gehoord. Tot kortgeleden dan. 

Manou weet zelfs waar de Friendsacteurs van toen, nu wonen en wat er met ze gebeurd is. Zo mocht Ross in het echt niet op de bruiloft van Rachel komen. Hij begrijpt nog steeds niet waarom niet. Of ik het snap, vraagt Manou? Nee natuurlijk niet. Maar ik droom gewoon door dat ze nog steeds met zijn zessen in New York wonen. Dat is wel zo lekker wakker worden. En wie weet, als ik een keer tijd over heb, ga ik alle afleveringen nog eens nakijken. Maar dan wel op een groot scherm. Anders kan ik het niet volgen.

Pistachedieven

Weer zo’n leuk woord voor in de Dikke van Dale. Dit zijn dus serieuze criminelen die weten wat lekker is. Die van hun favoriete snack, hun hobby hebben gemaakt. En die hobby is dan een beetje dubieus omdat ze die te lekkere pistachenootjes stelen. En dat dan niet per bakje, maar per 10 kilo. Ik begrijp dat wel want een doosje pistachenootjes kost ongeveer vijf euro. Dus als je dan een beetje omzet wilt maken, heb je best wat nodig.

Wij zijn zelf goed voor een half pondje pistache per week. Dat is zo’n vijf euro. Dat zet geen zoden aan de dijk voor de notenbar op de markt. Maar als ik het zo lees, dan boeren die nootjescriminelen vrij goed. Die vragen per kilo ongetwijfeld meer dan de gemiddelde marktkoopman terwijl ze geen kosten maken, buiten de voorrijkosten dan. 

Wat ik niet begrijp is waar ze de nootjes dan afzetten? Wie koopt er nootjes via marktplaats? En probeer maar eens onder de prijs van de notenbar op de markt te komen. 

Dubieuze praktijken als je het mij vraagt. Ik denk dat er een andere lucratieve witwaspraktijk achter zit. Ik ga dit eens grondig uitzoeken en tot die tijd reken ik deze Roemeense pistachebende gewoon tot de kruimeldieven. 

Toetsweek

Drie keer per jaar is het bal en hebben mijn dochters toetsweek. 7 toetsen in 5 dagen. Dat vinden ze echt een regelrechte ramp. Twee maanden voor de toetsweek worden er al huiswerkschema’s gemaakt die natuurlijk niet nageleefd worden. Dat hoort ook zo zeg ik ze. Schema’s maken is gewoon mentale voorbereiding. 

Ik was trouwens een kei in schema’s maken. En vooral in het invullen van de pauzes in dat schema. Het is de kunst om net zoveel leuke momenten in je schema in te bouwen dat dat leergedeelte best meevalt. Van half tien tot elf maakte ik dan een eerste shift om de tweede meteen in te korten en aan de pauze te koppelen zodat ik niet alleen kon hardlopen maar ook ruim tijd had om nog even gezellig te chillen met vriendinnetjes. Ik beschreef zelfs wat ik mocht eten tijdens die pauzes. Fruitshakes, zelfgebakken appeltaart, die ik dan in de pauze ervoor had mogen maken.

En elke dag maakte ik de balans op. Noodgedwongen schoof ik wat in de huiswerkstof om de gemiste uren enigszins te verdoezelen. Om daarna, vlak voor de toetsen, toch lichtelijk in de stress te schieten. Maar stress, daar deed ik eigenlijk niet aan. Ik bleef dus nonchalant en verzekerde mezelf dat ik die onvermijdelijke onvoldoende vast wel kon ophalen in de laatste toetsweek.

Terug naar nu: volgende week begint de toetsweek. Dit keer in drievoud. De eerste de vierde en de vijfde. En ik moet erbij zeggen. Mijn dochters zijn niet op hun sterkst in deze weken. Toen mijn oudste naar de brugklas ging, heb ik meteen duidelijk gemaakt dat ‘mama geen toetsweek meer gaat doen’. Dat heb ik vaak genoeg gedaan. 

Ik wil best helpen. Maar ik ga zeker niet tegen vriendinnen zeggen dat ‘Ik toetsweek heb’. Geen haar op mijn hoofd. Ze mogen het lekker zelf doen. Ik zorg voor proviand en ze mogen zoveel tosti’s maken als nodig om hun concentratie te bewaren. Verder ben ik gewoon lekker aan het werk. En als mijn schatjes dan toch wat onvoldoendes halen, dan weet ik dat het toch wel goedkomt. En zo niet, blijven ze toch een jaartje zitten.

Klimaatvrij

Wat een gemiste kans voor de scholen. Noemen ze het klimaatspijbelen en doen ze er alles aan om de kinderen NIET te laten demonstreren. Spijbelen is namelijk verboden. ik zie de juffen en meesters al staan met een opgeheven vingertje. Foei jongens, o wee als jullie niet op school zijn. Nee laten we ons vooral concentreren op de lesstof en ons geen zorgen maken over de opwarming van de aarde. Want ja, een papiertje op zak is belangrijker dan de wereld redden. 

Op het journaal hoor ik kinderen letterlijk zeggen dat ‘klimaatverandering niet bestaat’. Besteden ze op school geen aandacht aan de CO2 uitstoot en aan het smelten van de ijskappen?

Ik pleit voor de term Klimaatvrij. in lijn met het IJsvrij van vroeger.  Als het weer eens hard vroor en als de zoveelste elfstedentocht werd gereden, kwam het schoolhoofd dolblij vertellen dat we allemaal vrij kregen om te gaan schaatsen. Maar ijsvrij bestaat helemaal niet meer. Er is binnenkort namelijk nergens ijs meer. Behalve in de vriezers en de ijswinkels. En dat eten we dan alleen als het veertig graden of warmer is.

Wij eisen Klimaatvrij! Iedereen die ook maar iets wil betekenen voor onze aardkloot, krijgt onbeperkt vrij. Gratis en voor niks. Een positieve drive om iets te doen aan alle natuurrampen die in het verschiet liggen.

Andersomdag

Vanmorgen onderweg naar een nieuwe interimklus ergens op de Zuidas hoor ik plots ‘Andersomdag’ op de radio. Mijn hart maakt een sprongetje. Te leuk. Alles andersom doen. Dat deed ik op mijn favoriete zeilschool vroeger, waar ik als veertienjarig meisje kwam.

Het thema van mijne eerste  zeilweek luidde ‘d’n andere kant’. En zo geschiedde. We begonnen ’s ochtends met het avondeten en dan natuurlijk eerst het toetje. Om daarna achteruit de tafel af te ruimen en eerst te drogen en dan pas af te wassen. Achteruit zeilden we tegen de wind in. Alle logica kon de boom in.

We stonden middenin de nacht op en sliepen overdag. En onze kleren achterstevoren, tafels op zijn kop, ja zeggen als je nee bedoelt. Door de achterdeur naarbinnen, dansen op de tafels en zwemmen met onze kleren aan. 

Andersomdag dus, zeggen ze vanochtend op radio 1. Ik draai om. En rijd tegen het verkeer in naar huis. Ben dus vrij vandaag. Ik zet mijn telefoon uit. Ook dat is de andere kant. Onbereikbaar zijn. Wat lekker zeg. 

Alleen vooruit inparkeren en achteruitfietsen vallen me lastig. Sommige dingen lenen zich misschien niet voor andersom. 

Ik ga deze blog in spiegelbeeld zetten. Kijken of er mensen zijn die me nog kunnen volgen. 

Drammertje

Ik lig in de tandartsstoel zoals je daar ligt. Onprettig met je mond open en wachtend op de speekselstofzuiger zodat je niet hoeft te slikken. Dat kan namelijk ook niet want je kaken zitten vastgeklemd tussen twee ijzeren gereedschappen.

Mijn tandarts neemt intussen de telefoon op. De andere kant van de lijn wil duidelijk iets afdwingen maar de tandarts is onverbiddelijk. ‘U wordt straks teruggebeld. Tot ziens’. ‘Poeh, een typisch drammertje’ zegt ze tegen me. Ik knik want iets terugzeggen in deze houdgreep is onmogelijk.

En vanbinnen schiet ik in de lach. Ik weet zeker dat ze dat ook regelmatig over mij zegt.
Terecht, want ik krijg graag mijn zin. Met ram als sterrenbeeld kan ik ook met recht zeggen dat ik een drammertje ben. Daar ben ik eigenlijk best trots op. Drammen is gewoon een ander woord voor doorzetten. Alleen zet je natuurlijk niet op je CV dat je drammerig bent. Dan noem je dat gedreven. Gek eigenlijk. Misschien is het best een idee om in vacatures te zetten: ‘drammers gezocht’. Dan weet je dat de deadlines gehaald worden. En dat er een paar mensen vanuit hun relaxmodus in actie komen omdat die drammer anders weer voor hun bureau staat.

Het woord van de week is trouwens ‘klimaatdrammers’. Wat goed van ze. Net zolang drammen tot het klimaat eindelijk op 1 staat. Ik zeg: doe nog wat drammers erbij. Dan gebeurt er tenminste wat.

Puberbrein

Met drie dochters van inmiddels 13, 15 en 16 begin ik steeds meer thuis te raken in de onnavolgbare denkwijze van pubers. Eigenlijk is het heel eenvoudig. Elke redenering is erop gericht om hun ondoordachte plannen zo snel en liefst zo goedkoop mogelijk uit te voeren.

Logisch ook. Want als ze heel lang wachten met deze plannen dan zien ze zelf dat het misschien niet zo’n goed idee was. Bijvoorbeeld die confettibom in de auto van oma laten exploderen. Onder het mom: kan ze lekker lang nagenieten van haar verjaardag!

Of om 22.30 uur ’s avonds bellen dat je twee dorpen verderop gaat lasergamen omdat dat na 23.00 uur goedkoper is. Om er daarna achterkomen dat er ’s nachts geen bussen meer rijden. 

En mijn puberdochters kunnen zelf nooit ergens iets aan doen. Zo vindt mijn oudste het onbegrijpelijk dat haar sleutels altijd kwijt zijn precies op het moment dat ze naar school moet. En in haar zoektocht naar haar sleutels, realiseert ze zich dat ze haar dagelijks wachtende vriendinnen even moet appen om te zeggen dat ze ‘iets later’ is. En dan, precies dan, blijkt ook haar telefoon kwijt te zijn. Totale paniek. 

Ik begrijp de chaos en bel haar nummer. Ze dendert de trappen op en af en vergeet dat het efficiënter is om heel even stil te zijn en te luisteren waar deze hiphop-tune zich nu weer bevindt.

Ja, ze heeft ‘m. Ze slaat de deur dicht en gilt nog na dat ze mijn fietssleutel mee heeft en dat ze geen idee heeft hoe laat ze vandaag thuiskomt.

De stilte keert terug. Ik zie manou’s sleutel liggen, haar gesmeerde boterhammen en haar schoolpas. Ik zucht. Het komt wel goed met ‘r. Nog even een paar chaotische jaren om daarna wellicht een keer orde te scheppen. 

Vooraan in de rij

Een maand of twee geleden alweer. Ik denk dat ik het heb verdrongen. Ik zou kaartjes voor Jochem Myjer regelen. Voor de hele buurt. Dat had ik tijdens het straatfeest plechtig beloofd aan alle kinderen. Geen moeilijke opgave, zo leek me. 

De verkoop startte stipt om negen uur zaterdagochtend. En ik zat stipt om zeven uur met zes laptops, vier mobiele telefoons en twee iPads klaar om toe te slaan.

Misschien wat veel en wat vroeg maar ‘je weet het nooit’, dacht ik nog. Ze zetten die deur toch vast wel op een kiertje. Net als vroeger dat je dan voor zonsopgang in je slaapzak in de rij lag en de theatermensen om de hoek kwamen kijken of het al druk genoeg was. Zo ja, dan begonnen ze gewoon wat eerder met de verkoop. De rij moest toch worden afgewerkt en op, was op.

Maar nu heb je geen idee waar je staat in de rij. Ja, op je scherm staat dan dat je nummer 12.000 bent. Dat kan natuurlijk niet als ik al vanaf zeven uur nadrukkelijk rondzweef in de ether om deze felbegeerde kaartjes te bemachtigen. Ik eis meer helderheid in de online rijen. 

‘Als je iets graag wilt, sta je vroeg op’, zo ben ik het gewend en dat wil ik graag zo houden. Ik begin toch te twijfelen. Zou 7.00 uur gewoon te laat zijn. Had ik om 4.00 uur ’s ochtends al online moeten oppoppen? Had ik toch een premium account moeten nemen? Of had ik Jochem misschien vaker moeten retweeten? Of had ik gewoon tien lovende columns over ‘m moeten schrijven? Ik heb geen idee. Bij Adele, Marco Borsato en Youp ging het trouwens precies hetzelfde.

Anyway: Jochem, doe nog wat extra voorstellingen. En als het nodig is, ga ik wel weer in de slaapzak voor de deur liggen. Voor zijn huisdeur dan!

New York, New York

Joelende sirenes, voorbijschietende taxi’s en adembenemende wolkenkrabbers. Ik vind het heerlijk. Hier kan echt alles. En iedereen vraagt hoe het met je gaat. Policy: ‘how are you? Thank you I’m fine. And you?’ Met iedereen gaat het goed. Dat hoort bij de policy.

In de shops vraagt de verkoper mijn naam. Om daarna bij elke broek die ik pas te roepen: Oh Lies, these jeans are made for you. They’re lovely. Hilarisch.

Tot we op Ground Zero staan. Wat een memorial statue! Zo overweldigend indrukwekkend. Twee immense vierkanten kraters waar van elke zijde een eindeloze watermassa als een weefgetouw in miljoenen fonkelingen naar beneden stroomt. 

We staan stil. Heel stil.

De dag erna ren ik alweer door Central Park. Langs het prachtige Jacky Kennedy Onassis Reservoir. Om 8.00 uur hoor ik mensen juichen, gezang. Er is een optreden van een populaire zangeres. Goodmorning New York roept ze. Ik dein door de dansende massa. Maak een filmpje. En als ik thuis ben, vertel ik mijn dochters dat er een geweldig concert is. Of ze nog mee willen? Nee natuurlijk niet. We slapen. In de stad die nooit slaapt. 

Bye New York .