Categoriearchief: True Lies

Uurtje extra

Tijd is geld dus dat uurtje extra is pure winst. In alle opzichten. En het gebeurt niet vaak dat je tijd cadeau krijgt. Dus als dat zo is, dan moet je het wel goed benutten. Ik ben altijd al voorstander van lucratief sparen. Maar dan heb ik het over geld en niet over tijd. Potje over noem ik dat. Bijvoorbeeld als je sinaasappels koopt en die blijken in de aanbieding te zijn. En nog beter: als je naar de film wilt maar die blijkt uitverkocht. Dan heb je twee tickets bespaard. En als iemand je een parkeerkaartje geeft omdat ie een uur teveel erin had gegooid. Kleine potjes over. 

Maar vandaag wil ik mijn ‘potje over’ aan wintertijd efficiënt invullen. Ik reken het uurtje om naar mijn uurtarief en koop er direct nieuwe hockeyschoenen voor. Die heb ik dan maar binnen. Gratis en voor niks. Bovendien moet ik toch hockeyen vandaag.

Toch heb ik mijn twijfels bij het moment waarop we die klok terugzetten. Als we dat moment voortaan zelf kunnen bepalen, voelt het ook echt als extra tijd. Mijn dochter is het met me eens. ‘Als ze het nou eens vlak na de middagpauze doen. ’ Of aan het eind van een hockeywedstrijd als je achter staat. Kun je mooi nog even terugkomen.  Of toch maar gewoon tijdens dat feestje. Extra dansminuten zijn immers altijd goud waard. 

Al mijmerend over mijn zee aan extra tijd, zie ik appjes in kapitalen binnenploppen: ‘WAAR BLIJF JE? SCHIET OP!’ Ik heb me een uur vergist. Over vijf minuten begint mijn wedstrijd. Ik race tegen de klok en ren vlak voor het startsignaal het veld op.

En dan weet ik wat ik ga doen met gewonnen tijd. Ik ga mijn klok dit jaar gewoon NIET terugzetten en hou dat uurtje extra vast. Heb ik permanent tijd over. Hoe lekker. Alleen niet vergeten om het voor de zomertijd te verzilveren anders is het toch echt een verloren uurtje.

Uit de verhuisdoos

Dol op verhuizen ben ik! Past bij mijn freelance-mentaliteit. Vrijheid blijheid. En verandering van spijs doet eten. 

Tot mijn 18e woonde ik in een oude pastorie in Made. Absoluut een bijzonder huis maar wat wilde ik graag ‘verhuizen’. Gewoon omdat ik wel eens wat anders wilde. Nieuw zijn in een klas, nieuwe kamer, andere spullen, andere fietsroute. Gelukkig heb ik die verhuisdrang ruimschoots ingehaald in mijn studententijd. Maar liefst dertien keer ben ik verkast in het centrum van Amsterdam. Uiteindelijk had ik alleen nog een matras en een losse tas kleren over. Dat maakte het makkelijker om van woning te switchen. En elke keer vond ik het weer heerlijk om te komen en om te gaan.

Maar nu verhuis ik met een heel gezin. En mijn meisjes vinden het geweldig. Ik heb ze immers honderd keer verteld hoe leuk het is om te verhuizen.  Alleen moet ik de verzamelde spullen van 9 jaar nog even rangschikken, sorteren, selecteren en daarna weggooien of inpakken. Die volgorde ongeveer. Alle herinneringen passeren de revue: geboortekaartjes, crèche-verslagen, foto’s van mijn lagere school, liefdesbrieven uit mijn tienertijd, overlijdenskaarten en talloze sinterklaasgedichten die haarfijn de karakters van mijn familie vertolken.

Wat een chaos, maar wat een mooie verzameling aan belevenissen. De keuken spant trouwens de kroon. Eerst vind ik Italiaanse kruiden uit 2005. Kikkererwten uit 2002. Kan het erger? Ja achterin staat een potje met een datum die ik alleen met een vergrootglas nog net kan ontcijferen. Kleurstof uit 1999. Ik pak de hele la en kieper ‘m integraal in de vuilniszak. Schone lei graag in mijn nieuwe keuken.

En die herinneringen bewaar ik. In een doos waarop ik met zwarte stift in blokletters schrijf ’belangrijk dus bewaren’. De dag van de verhuizing roept een van sjouwers: wat heeft u veel belangrijke spullen ‘. ‘Ja ‘ lach ik: ‘ en de belangrijkste zitten in mijn geheugen. Kan je nagaan hoe vol het daar is’. 

Marathon mentaliteit

Als fervent hardloper draai ik mijn hand niet om voor een kilometer of tien. Maar een marathon lopen is toch net weer even anders. Eén uur is prima, twee uur gaat nog maar daarna Is het echt saai. Dan wordt het namelijk routine. En aangezien ik sowieso niet van routine houd, moet ik me daar mentaal op voorbereiden. 

Ik gebruik hiervoor de wekkertactiek. Avondmensen herkennen dit direct. Klok vooruit en wekker iets te vroeg zodat je tijdens het snoozen nog even door mag slapen. En omdat je klok voorloopt hoef je je na de snooze, nooit te haasten. 

Zo doe ik dat dus ook met de marathon. Om te beginnen stel ik me in op 44 kilometer in plaats van 42. Die eerste 26 red ik wel. Daarna is het dan nog maximaal twee uur. Prima dus. Blijf ik net buiten de routine. Bij de 40 zeg ik tegen mezelf dat de marathon toch maar 42 is. Heb ik aan het eind mooi twee kilometer gewonnen.  En hoe harder ik loop, hoe sneller ik er ben.

Waarom ik die marathon morgen eigenlijk ga lopen? Dat vraag ik me ook wel eens af 🙂

FairPlay

De vakantie loopt ten einde en de meeste hockeyteams zijn weer aan hun trainingsprogramma begonnen. Enthousiaste meisjes en jongens die maar wat graag sporten. Vandaag is de eerste oefenwedstrijd, om in het ritme te komen, zeg maar. Vrolijk kom ik aangelopen en zwaai ik naar mijn dochter in het veld. Een kritische blik van een van de ouders ‘je zwaait toch niet naar iemand in het veld’. Ik negeer het maar en glimlach iedereen gedag. En ik stel me voor aan alle nieuwe ouders. Een eindje verderop staat een hoofdschuddende vader van de tegenstanders. Hij ziet er gestresst uit. Zeker als je bedenkt dat het nog vakantie is. 

Ik vraag vriendelijk wat er aan schort.  Hij slaakt een diepe zucht: ‘die scheids heeft al twee keer onjuist gefloten, dat kan toch niet’. Ik schiet in de lach `die zit dan vast nog in de vakantiemodus, ’t is een oefenpotje toch?’ 

Hoofdschuddend loop ik door. Dit kan toch niet waar zijn. Ik knijp mezelf. Au, het is echt zo. 

Kom op collega-ouders: relax, kijk en geniet. Want voor je het weet, willen ze helemaal niet meer dat je komt kijken. En dan sta je alleen thuis te hoofdschudden. Omdat je niet begrijpt waarom je niet meer langs het veld gewenst bent.

Succes scheidsen, zet ‘m op. Ik ben onpartijdig, dus altijd voor jullie!

Blue Curaçao

Mijn eerste Blue Curaçao dronk ik op mijn dertiende op een Limburgs familiefeest. Ik weet het nog precies. Mijn favoriete neef gaf me het azuurblauwe drankje onder het mom: ‘Lies het is borreltijd en ook al ben je de kleinste van de familie, dan mag je best wat lekkers drinken’. Alle ooms en tantes zaten al vanaf 13.00 uur aan de wijn of misschien eerder. Het waren superleuke feestjes met eindeloos veel Limburgse vlaaien en andere lekkernijen. Bourgondische feestjes zeg maar.

Terug naar die Blue Curaçao. De kleur alleen al maakte het woest aantrekkelijk om snel op te drinken. En de zoete nasmaak bevestigde dat nog eens. Nog eentje dan. En nog een. 

Mijn neef en zijn vrienden hadden zichtbaar veel lol omdat hun drankje gretige aftrek vond bij dat kleine meisje uit Brabant. Toen ik een vierde vroeg, besloten ze dat het tijd was om te vertellen dat er alcohol in zat. En dat ik dat misschien tegen mijn ouders moest zeggen voordat we twee uur naar huis gingen rijden. De dag erna werd ik wakker. Met zeeblauwe weemoed dacht ik teug aan dat verrukkelijke blauwe drankje. 

Deze week zijn we in Curaçao. Elk baaitje ademt azuurblauwe, zoetzoute zeelucht. Elke dag zwem ik in mijn blauwe bikini, met mijn blauwgepakte nagels in deze adembenemende turquoise zee en denk ik even terug aan dat familiefeestje op mijn dertiende. 

Mijn dochter en ik hebben het warm en de zee verkoelt ons niet. Twee Blue Curaçao met ijs graag!

Duurzame die-hards

Op mijn 17e werd ik fan van De Dijk. De geweldige songteksten, de sfeer, de band zelf en de rauwe stem van Huub. Mijn middelbare schoolvrienden en ik leerden alle nummers  uit ons hoofd. Ik draaide het bandje grijs op mijn walkman en zong uit volle borst mee. En ja natuurlijk zong ik geen zuivere noot, maar dat maakte me toen nog niets uit. Nu wel. Daarom componeer ik teksten in plaats van songs.

Nostalgie dat onze Dijkvrienden nog steeds spelen. En des te bijzonderder dat een van mijn eindexamenvrienden net een boek heeft uitgebracht met de titel ‘Lef en Moed’, gebaseerd op de fabuleuze songtekst van onze favoriete Dijk. Ze zongen over de toekomst. En die toekomst is nu. 

‘We hadden geen lef en geen moed, we waren te druk met ons eigen geluk’. Het gaat hier over DUURZAAMHEID. En dit is een wake-up-call. Natuurlijk zijn we druk bezig met de verduurzaming. En de zonnepanelen binden we nu nog als Friese doorlopers op onze daken. Dat gaat heus veranderen. De klapschaats is ook pas later bedacht! Daarom zijn er straks ongetwijfeld gevels en dakpannen met geïntegreerde  zonnepanelen. Dus ja heb vertrouwen. 

Maar nee, het gaat niet vanzelf. Er is lef en moed voor nodig. We zullen moeten veranderen. En zoals een van de sprekers tijdens de boekpresentatie zei: ‘een verandering doorvoeren is eigenlijk hetzelfde als mensen van hun verslaving afhelpen. We vervallen nu eenmaal graag in routine. Dat voelt veilig en is in feite verslavend. Probeer maar eens een corporate bank te veranderen. Niet te doen. Iedereen die daar werkt, wil graag alles blijven doen zoals ie altijd deed’. 

Het blijft grappig. Dit thema komt altijd weer terug op mijn pad. Mijn pad naar… geen idee. Maar elk pad mondt uit in nieuwe wegen, nieuwe kansen. En ik kijk sinds de boekpresentatie met een stuk duurzamere ogen naar het pad dat ik bewandel. Ik ga ervoor zorgen dat meer mensen dit pad weten te vinden. Bovendien is samen oplopen super inspirerend. 

Hockeymutsen

Sinds vijf jaar beoefen ik een nieuwe favoriete sport: dameshockey, of beter veterinnen-hockey. Dat is met 20 vrouw in een team wekelijks ploeteren om maar in de klasse te blijven van afgelopen jaar. En als dat lukt, dan zijn we zeg maar niet ouder geworden. Kunnen we nog steeds koelbloedig zeggen dat we pas 42 zijn. Maar O wee als we degraderen. Dan doen we dat op alle fronten. Dan dalen we in aanzien! Op het veld maar ook op het terras. Voor, achter en op de bar. En erger nog: dat maak je als veterin nooit meer goed. 

Veterin is trouwens sowieso een vrij seksloze term die nodig aan verfrissing toe is. Het is al best zwaar dat hockey boven de veertig. Als je dan ook nog Veterinnen heet of nog erger VET A,B C of D dan wordt het er niet beter op. XL vinden we ook niet heel aantrekkelijk en senioren willen we nog verre van blijven. Dan wordt het straks rollator hockey. Nee we houden het toch maar zo.

Veterinnen hockey is gewoon voor de echte bikkels die in het gras hebben leren hockeyen. In een te grote rok of overgooier. Waarbij iedereen je onderbroek zag als je een sliding maakte. Eigenlijk ben ik dus helemaal geen echte veterin want ik ben pas net begonnen. En stiekem ben ik daar best blij om. Heb ik tenminste gewoon een hip rokje met een broekje eraan vast. En heb ik niet door de graspollen de bal hoeven zoeken. Dat ik dan toch nog steeds Veterin heet, neem ik wel voor lief. 

Op naar een nieuw seizoen in hopelijk dezelfde klasse 🙂

Thuis in Parijs

Niets zo fijn als mezelf even twee dagen Parisienne wanen. Dit keer in het 8e arrondissement vlakbij de Arc de Triomphe. Wat ben ik dan weer blij dat ik vroeger bij mijn tante in Tours mocht logeren. En elk jaar een week druiven ging plukken tussen ‘les paysans, les chomards et les étudiants’. Vandaar dat ik die Franse slag zo goed beheers.

Parijs is echt anders dan alle andere steden: grotesk en pittoresk, aimabel en indrukwekkend, innemend en eigenzinnig, verrassend en vertrouwd. ‘s Morgens ren ik rond een uur of acht langs de Seine. Vanaf de Eiffeltoren tot de Pont-Neuf. Daarna maak ik een U-turn en loop via het Louvre en de Tuileries  langs het reuzenrad-Roue terug naar mijn hotel. Wat voel ik me hier thuis.

Ik ben echt de grootste verhuisliefhebber die ik ken. 13 keer verkaste ik in Amsterdam centrum van de ene naar de andere kamer. En ik vond het heerlijk. Elke keer weer. Zou zo morgen mijn spullen weer pakken en overmorgen naar Parijs verhuizen. Maar ik doe het niet. Soms is het fijn om nog even door te dromen. A bientôt Paris!

Moederdag

‘Had je echt niet hoeven doen hoor’, placht mijn moeder te zeggen als ik weer eens iets geknutseld had. Toch maakte ik elk jaar weer een nieuw moederdag-item. Het eerste was een schilderijtje van een vaas bloemen. Die vaas bloemen stond in de klas op het bureau van Juffrouw Tonnie. Zo heette ze. Ik was net zes.

Mijn bloemen leken alleen verwelkt. Ik stak mijn vinger op en vroeg de juf wat ik eraan kon doen. Ze wist raad! Ze pakte een hele dikke kwast – zo een waar je muren mee verft- en doopte die in de lilakleurige achtergrondverf. Twee streken en hup weg waren mijn verwelkte bloemen met vaas en al.

Daar had ik dus twee dagen op zitten zwoegen. Ik begon opnieuw. De vaas en de bloemen werden er niet veel beter op. Gelukkig deed ook toen pakpapier wonderen. Ik weet niet meer hoe mijn moeder reageerde maar het schilderijtje leek van de aardbodem te zijn verdwenen na moederdag. Jaren later vond ik het terug en hing ik het op een prominente plek in de hal. Niemand die het weg durfde te halen. Zo kreeg ik toch nog wat voldoening voor mijn gezwoeg,

En nu ben ik zelf al weer een jaar of 16 moeder. Elk jaar ben ik oprecht blij verrast met alles wat ik krijg. Het schilderijtje met madeliefjes in een vaas en daaronder de legendarische tekst: ‘Ma-de-liefste’  hangt nog op mijn werkkamer. Net als het hartje van wol en de papieren egel waar ik bonnetjes in kan steken.

En vandaag krijg ik een lijstje waar Lynn met gedroogde bloemen en bladeren ‘LOVE’ heeft geschreven. Te lief. Het zal wel het laatste knutselwerk zijn. Op de middelbare heb ik ze er niet meer op kunnen betrappen. Ik zet het in de keuken. Net zolang totdat ze zelf zegt: ‘kan dat lijstje nu eindelijk weg?’. Ik ben er wel klaar mee.

Fijne dag allemaal!

Kiplekker

Welke kip voelt zich tegenwoordig nog lekker? Ik denk geen één. Nou heel misschien die biologische scharrelkip uit de Allerhande van deze maand. Die heeft het namelijk echt reuzeleuk. De boer en boerin doen er echt alles aan om ervoor te zorgen dat deze kippen zich nooit vervelen. ‘Ze hebben zelfs niet eens de neiging om elkaar te gaan pesten’. Dat citeer ik dus uit de Allerhande.

En die allerhande kippen die het echt enorm naar hun zin hebben, smaken ook veel lekkerder. Dat blijkt wel op de volgende bladzijde waarop een foto prijkt van zo’n kip in kleine stukjes door een overheerlijke salade. En als ik verder blader, zie ik de kip die eerst nog liep te genieten en met haar veren liep te pronken, geplukt in een schaal liggen. Allerhande weet precies wat we bedoelen met kiplekker.

Ik overweeg wederom om vegetarisch te worden. Ook al weet ik dat kip heel goed is voor het herstel van mijn spieren na alle sportinspanning. Maar ik voel me allesbehalve kiplekker na het lezen van deze Allerhande. Sojalekker is misschien een betere aanduiding voor onze gemoedstoestand anno-nu. Krijg ik tenminste ook geen ruzie met alle scharrelende actiegroepen.

Ik denk dat ik morgen stem op de partij voor de sojabonen.